Beslotenheid vennootschap

26 januari 2014

Sinds 1 oktober 2012 (invoering Wet vereenvoudiging en flexabilisering bv-recht) is het mogelijk om flexibel om te gaan met de medeaandeelhouders als het gaat om de aanbiedingplicht van aandelen in een B.V. bij vervreemding.

Enerzijds is het mogelijk om in de statuten te bepalen dat er geen aanbiedingsverplichting bestaat bij vervreemding en dat dus de aandeelhouder direct en zonder overleg aandelen kan vervreemden aan een derde (artikel 2:195 Burgerlijk Wetboek). Dit moet dan echter wel expliciet in de statuten zijn vermeld omdat anders (indien dus niks vermeld staat in statuten met betrekking tot de aanbiedingsverplichting) de wettelijke aanbiedingsregeling van voormeld artikel geldt.
Indien de blokkeringregeling in de statuten expliciet is uitgesloten is er dus weinig over van de beslotenheid waaraan de B.V. de eerste letter van haar naam te danken heeft.

Anderzijds is het mogelijk voor een zogenaamde “lock up” regeling in de statuten te kiezen op basis van artikel 2:195 lid 3 Burgerlijk Wetboek. Deze lock up bepaling maakt het mogelijk om de overdraagbaarheid van de aandelen voor een bepaalde tijd uit te sluiten. Ook kan nu zonder een vervreemdingswens van de aandeelhouder een aanbiedingsverplichting in de statuten worden opgenomen (eventueel met een specifieke prijsbepaling). Dergelijke regelingen kunnen alleen met instemming van alle betrokken aandeelhouders worden opgenomen als statutaire regeling, indien een aandeelhouder niet instemt dan verkrijgt hij een persoonsgebonden vrijstelling ex artikel 2:195 Burgerlijk Wetboek. De lock up regeling kan met name van belang zijn om fiscale faciliteiten zoveel mogelijk zeker te stellen.

Zo is er de termijn van vijf jaar voortzetting na een vrijgestelde verkrijging krachtens de bedrijfopvolgingregeling (art 35d Successiewet). Door nu een lock up bepaling statutair van toepassing te verklaren gedurende vijf jaar, voorkomt men ongewenste fiscale gevolgen door eerdere vervreemding uit te sluiten. Een statutaire aanbiedingsverplichting hoeft niet meer beperkt te zijn tot aanbieding aan de medeaandeelhouders, ook aanbiedingsverplichting aan derden is mogelijk en tegen een prijs die niet meer gelijk hoeft te zijn aan de waarde van het aandeel, maar ook een prijsbepaling op andere grondslag kan statutair worden vastgelegd (artikel 2:192 Burgerlijk Wetboek).

Er is dus veel voordeel te halen bij het specifiek toesnijden van de statutaire regeling op uw wensen en mogelijkheden.