De rechtspersoon is afhankelijk van de vertegenwoordiging van natuurlijke personen. Maar de natuurlijke personen hebben ook eigen belangen en wensen. De bestuurder wil bijvoorbeeld dat zijn vergoeding zo hoog mogelijk is (persoonlijk belang), terwijl de vennootschap wil dat deze vergoeding zo laag mogelijk is (vennootschappelijk belang). Een bestuurder met een persoonlijk belang dat tegenstrijdig is met het vennootschappelijk belang mag daarom niet deelnemen aan de beraadslaging of de besluitvorming (artikel 2:239 lid 6 Burgerlijk Wetboek). Dit artikel bevat de regeling voor tegenstrijdig belang voor de B.V.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie soorten tegenstrijdige belangen:

  1. Direct tegenstrijdig belang. Hiervan is sprake wanneer de bestuurder en de vennootschap met elkaar handelen.
  2. Indirect tegenstrijdig belang. Hiervan is sprake wanneer de bestuurder namens de vennootschap handelt met een derde met wie hij een bijzondere relatie heeft. De bestuurder sluit dan bijvoorbeeld een overeenkomst met een familielid.
  3. Kwalitatief tegenstrijdig belang. De bestuurder draagt twee petten: hij is bestuurder van twee vennootschappen die met elkaar een transactie aangaan.

Het uitgangspunt is dat de bestuurders met een tegenstrijdig belang niet mogen deelnemen

aan de totstandkoming van een besluit. In dat geval besluit de Algemene vergadering van Aandeelhouder. Maar als de bestuurders, ondanks het tegenstrijdig belang, toch aan de beraadslaging en besluitvorming deelnemen, dan is het besluit vernietigbaar op grond van artikel 2:15 lid 1 sub a Burgerlijk Wetboek.

Indien u hier vragen over heeft, kunt u contact met ons opnemen via info@ambachtsenotaris.nl of 078 684 5999